denuncieerde
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: denuncieerde (hulp, bestand)
Woordafbreking
- de·nun·ci·eer·de
Werkwoord
vervoeging van |
---|
denunciëren |
denuncieerde
- enkelvoud verleden tijd van denunciëren
- Ik denuncieerde.
- Jij denuncieerde.
- Hij, zij, het denuncieerde.
- Ik denuncieerde.
Gangbaarheid
- Het woord denuncieerde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Dit artikel is uitgegeven door Wiktionary. De tekst is vrijgegeven onder de licentie Creative Commons - Naamsvermelding - Gelijk delen. Voor de mediabestanden kunnen aanvullende voorwaarden gelden.