kanovaren

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  kanovaren    (hulp, bestand)
  • IPA: /ˈkanovarə(n)/ (4 lettergrepen)
Woordafbreking
  • ka·no·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kanovaren
-
-
onvolledig

Werkwoord

kanovaren [1]

  1. (scheepvaart) varen in een kano door middel van een peddel, waarbij de kanovaarder met het gezicht in de vaarrichting zit
  2. (sport) zo snel mogelijk een bepaald traject in een kano afleggen of wedijveren in het behendig bewegen in een kano
Synoniemen
Afgeleide begrippen
  • kanovaarder, kanovaarster

Gangbaarheid

  • Het woord kanovaren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
100 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

Dit artikel is uitgegeven door Wiktionary. De tekst is vrijgegeven onder de licentie Creative Commons - Naamsvermelding - Gelijk delen. Voor de mediabestanden kunnen aanvullende voorwaarden gelden.