< associëren
associëren/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van associëren | |||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||
onvoltooid | tegenwoordig | associëren | te associëren | ||||||
toekomend | zullen associëren | te zullen associëren | |||||||
voltooid | tegenwoordig | hebben geassocieerd | te hebben geassocieerd | ||||||
toekomend | geassocieerd zullen hebben | geassocieerd te zullen hebben | |||||||
onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||
associërend | geassocieerd | ev. associeer | mv. verouderd associeert | associëre | |||||
aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||
onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||
ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||
tegenwoordig (o.t.t.) | associeer | associeert | associeert | associeert | associeert | associëren | associëren | associëren | |
verleden (o.v.t.) | associeerde | associeerde | associeerde | associeerde | associeerde | associeerden | associeerden | associeerden | |
toekomend (o.t.t.t.) | zal associëren | zult/zal associëren | zult/zal associëren | zult associëren | zal associëren | zullen associëren | zullen associëren | zullen associëren | |
voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou associëren | zou associëren | zou(dt) associëren | zoudt associëren | zou associëren | zouden associëren | zouden associëren | zouden associëren | |
voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||
ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||
tegenwoordig (v.t.t.) | heb geassocieerd | hebt geassocieerd | hebt/heeft geassocieerd | hebt geassocieerd | heeft geassocieerd | hebben geassocieerd | hebben geassocieerd | hebben geassocieerd | |
verleden (v.v.t.) | had geassocieerd | had geassocieerd | had geassocieerd | hadt geassocieerd | had geassocieerd | hadden geassocieerd | hadden geassocieerd | hadden geassocieerd | |
toekomend (v.t.t.t.) | zal geassocieerd hebben | zal/zult geassocieerd hebben | zult/zal geassocieerd hebben | zult geassocieerd hebben | zal geassocieerd hebben | zullen geassocieerd hebben | zullen geassocieerd hebben | zullen geassocieerd hebben | |
voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou geassocieerd hebben | zou geassocieerd hebben | zou/zoudt geassocieerd hebben | zoudt geassocieerd hebben | zou geassocieerd hebben | zouden geassocieerd hebben | zouden geassocieerd hebben | zouden geassocieerd hebben | |
onpersoonlijke lijdende vorm geassocieerd worden | |||||||||
onvoltooid | voltooid | ||||||||
tegenwoordig | er wordt geassocieerd | er is geassocieerd | |||||||
verleden | er werd geassocieerd | er was geassocieerd | |||||||
toekomend | er zal geassocieerd worden | er zal geassocieerd zijn | |||||||
voorwaardelijk | er zou geassocieerd worden | er zou geassocieerd zijn |
vervoeging van het Nederlandse werkwoord zich associëren | ||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
tegenwoordige tijd | verleden tijd | toekomende tijd | ||||||||||
enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | |||||||
1 | ik | associeer me | wij, we | associëren ons | ik | associeerde me | wij, we | associeerden ons | ik | zal me associëren | wij, we | zullen ons associëren |
2 | jij, je | associeert je | jullie | associëren je | jij, je | associeerde je | jullie | associeerden je | jij, je | zal, zult je associëren | jullie | zullen je associëren |
u | associeert zich/u | u | associeert zich/u | u | associeerde zich/u | u | associeerde zich/u | u | zult zich/u associëren | u | zult zich/u associëren | |
gij, ge | associeert u | gij, ge, gijlieden | associeert u | gij, ge | associeerde u | gij, ge, gijlieden | associeerde u | gij, ge | zult u associëren | gij, ge gijlieden | zult u associëren | |
3 | hij, zij, het | associeert zich | zij, ze | associëren zich | hij, zij, het | associeerde zich | zij, ze | associeerden zich | hij, zij, het | zal zich associëren | zij, ze | zullen zich associëren |
onvoltooid deelwoord | voltooide tijd | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | |||||||||
zich associërend | zich geassocieerd hebben | associeer u/je , associeert je | associëre zich |
Dit artikel is uitgegeven door Wiktionary. De tekst is vrijgegeven onder de licentie Creative Commons - Naamsvermelding - Gelijk delen. Voor de mediabestanden kunnen aanvullende voorwaarden gelden.